Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • Essentieel Leren
    Bezoekers:
  • Opvattingen over menselijke ontwikkeling

    Opvattingen over de mens en menselijke ontwikkeling (leren)


    1. Ieder mens is verschillend en uniek; ieder kind en volwassene heeft een onvervangbare waarde.
    2. Ieder mens heeft een aantal basisbehoeften: veiligheid, relatie, autonomie en competentie, binnen een sociale context.
    3. Ieder mens heeft het recht een eigen identiteit te ontwikkelen, gekenmerkt door zelfstandigheid, onderscheidingsvermogen, creativiteit. ondernemingszin en gerichtheid
        op sociale rechtvaardigheid en burgerschapszin.
    4. Ieder mens heeft het recht een eigen levensdoel te kiezen en wordt geholpen bij de ontwikkeling van een groeiend bewustzijn van de eigen situatie, de eigen keuzes
        en capaciteiten.
    5. De aard van de mens is proactief. Uitdaging in de context van de (maatschappelijke) omgeving is cruciaal voor ontwikkeling. De aard van de mens is ook sociaal: voor
        ontwikkeling is hij of zij aangewezen op anderen. Voor het ontwikkelen van een eigen identiteit zijn persoonlijke relaties nodig: met andere mensen, met de zintuiglijk
        waarneembare werkelijkheid van natuur en cultuur en met de niet zintuiglijk waarneembare werkelijkheid.
    6. Voor een humane ontwikkeling van een totale persoon is aanspreken van hoofd, hart en handen nodig. Een brede ontwikkeling van aanleg talenten en de diverse
        aspecten van intelligentie is daarbij noodzakelijk.
    7. Elke mens is cultuurdrager en -vernieuwer en kan behalve kopiëren ook nieuwe kennis creëren
    8. Kennis, inzicht en beoordeling zijn altijd aan mensen gebonden binnen tijd en cultuur; objectieve kennis is daarmee een vorm van intersubjectiviteit.
    9. Ontwikkeling is in essentie het bewust worden van de werkelijkheid in al zijn facetten. Kennis is daarvan slechts een beperkte afspiegeling en onvoldoende voor het
        menselijk functioneren. Onderwijs dat zich voornamelijk en uitsluitend richt op kennisontwikkeling is derhalve eenzijdig en leidt tot een instabiele samenleving.
    10. Kinderen zijn aangewezen op opvoeding; volwassen hebben daarin een specifieke verantwoordelijkheid en een leidende rol. Dit krijgt enerzijds vorm middels hun
        voorbeeldfunctie en anderzijds middels dagelijkse interactie waarbij de intenties en het gedrag van kinderen wordt gereflecteerd en waar nodig gecorrigeerd. Het doel
        is zelfverantwoordelijke zelfbepaling. Naar gelang een kind zich verder ontwikkeld, verschuift de primaire verantwoordelijkheid i.c. het plaatsvervangend handelen van
        de opvoeder meer naar begeleiding en advies.

  • Opvattingen over de vormgeving van leren

    Opvattingen over de vormgeving van onderwijs wat in in deze uitwerking als "school" wordt benoemd.


    – De school is een leer- en leef gemeenschap 

       In de school is persoonlijke én  

       maatschappelijke zingeving van leren herkenbaar 

      Het startpunt ligt bij: waar ligt je aanleg, je passie, je hart en je plezier? Mensen leren en ontwikkelen in de 'vitale ruimte', waar ze nieuwsgierig kunnen zijn en spelen met de ruimte die zij nodig hebben, die van de ander, de organisatie, het netwerk, de samenleving en waarin hun inzet zinvol is. Leren raakt ook je biografie. Elk kind en elke docent wil in zijn wezen erkend en herkend worden. Maar leren vindt ook plaats in een maatschappelijk-sociale context. Wat wil en kan jij leren om ant-woorden te vinden op vragen die onze samenleving aan ons stelt? Wat heb je nodig om binnen de maatschappij te functioneren met jouw aanleg en capaciteiten? De leerling leert niet alleen voor zichzelf, maar altijd in relatie tot de ander, om deel uit te kunnen maken van zijn/haar sociale netwerk en de samenleving als geheel. Mens-zijn is in-relatie-zijn met anderen. De kennis en vaardigheden die leerlingen opdoen op school ondersteunen dit proces. Leren doe je zelf, deels alleen maar vooral ook samen (leren van, en met elkaar) en is een sociale activiteit. De leerling en diens aanleg vormt het uitgangspunt, niet de methode en/of het vak. Het gaat hier niet om geïndividualiseerd leren, maar om individuele keuzes die de leerling kan, mag en moet maken in relatie tot zijn eigen aanleg en ontwikkelingspotentieel. Leerkrachten ondersteunen het leerproces rondom vragen en thema's. Vakinhouden spelen daarbij een belangrijke rol.

    – De school draagt zorg voor een rijke leeromgeving 

      Leerlingen kunnen zich alleen dan ontwikkelen naar talent en vermogen als de school zorgt voor voldoende uitdaging en ontwikkelingsmogelijkheden. De leeromgeving die een dergelijke ontwikkeling kan bieden is primair de verantwoordelijkheid van de school, maar wordt in nauwe samenwerking met leerlingen ontwikkeld. De leeromgeving beperkt zich niet alleen tot de ruimten en mensen in de school maar ook daarbuiten. Leren kun je het beste doen op de plek waar de omgeving het meest te bieden heeft. In de leeromgeving kan de onderwijsgevende/opvoeder ook die zaken inbrengen die hij/zij/wij als samenleving belangrijk vinden. Hier ontlaadt zich bij uitstek het spanningsveld tussen betekenisvol (door de leerling ervaren en zinvol) en dat wat door de leraren/opvoeders als belangrijk wordt gezien binnen de sociale en maatschappelijke context. Het spreekt voor zich dat de leeromgeving dynamisch is en niet alleen met leerlingen, maar ook met ouders en omgeving wordt ingericht. Inbreng van leraren, leerlingen en externen zorgen voor een variatie niet alleen in de breedte maar ook in de diepte. Dit impliceert het voortdurend maken van zinvolle keuzes door de leerling, de leraren en de school binnen een specifieke tijdgebonden sociale en maatschappelijke context.

    – In de school als daarbuiten laten leerlingen zien wat ze geleerd hebben. 

      Het pedagogisch/didactisch concept is erop gebaseerd dat leerlingen kunnen laten zien wat ze geleerd hebben. De leerling leert. Hoge verwachtingen stimuleren de ontwikkeling. Leerkrachten ondersteunen de ontwikkeling van de leerling, dagen uit, prikkelen en stimuleren. Het gaat hier niet om selectie, maar om het monitoren van ontwikkeling en het bieden van feedback en reflectie. Dit betekent in dat alle leerlingen een diploma of certificaat ontvangen waarop zichtbaar is waarin en in welke mate zij zich ontwikkeld hebben. Er is een waarderingskader (vanuit ontwikkelingslijnen geformuleerd), waarin ruimte is voor verschillende leerstijlen. De school en de leerling zijn open en helder in hun keuzes en zijn in dialoog met ouders en omgeving.

    – De school volgt ontwikkeling en legt verantwoording af.

      Op school is vrijheid van leren, maar geen vrijblijvendheid. Dit vraagt van de school het organiseren een methodiek om leerlingen te monitoren, waar nodig te toetsen en op basis daarvan reflectie te bieden en waar nodig de leeromgeving daarop te (her)inrichten. Een school die kinderen niet volgt is niet in staat de feedback te geven die kinderen nodig hebben. De school als institutie is dan ook verantwoordelijk voor de systematiek waarop kinderen verantwoording afleggen aan zichzelf, aan elkaar en aan de leraren, De school legt hierover verantwoording af aan ouders en andere belanghebbenden in de samenleving zoals vervolgopleidingen, bedrijven, onderwijsinspectie en andere relevante instellingen.
 
Add to Yurls